Vul temperatuur en luchtvochtigheid in — het dampdrukdeficit (VPD, ook wel dampdruktekort) van je kweekruimte wordt meteen berekend, samen met het ideale bereik voor jouw kweekfase. Gratis en zonder registratie.
De bereiken hieronder zijn lucht-VPD — daarom staat het verschil op 0. Meet je de bladtemperatuur echt (met een infraroodthermometer), vul hier dan het verschil in: elke graad Celsius haalt ongeveer 0,15–0,20 kPa van het resultaat af.
| Fase | Ideaal VPD-bereik |
|---|---|
| Stekken / begin groei | 0,4–0,8 kPa |
| Verdere groei / stretch | 0,8–1,2 kPa |
| Bloei | 1,2–1,6 kPa |
De derde kolom is geen aparte instelling — het is het resultaat van de twee ervoor. Juist daarom staan de drie waarden hier op één regel: haal je de temperatuur uit de ene tabel en de luchtvochtigheid uit een andere, dan zit je vrijwel zeker naast je VPD-doel.
| Fase | Temperatuur (°C) | Luchtvochtigheid | VPD |
|---|---|---|---|
| Kieming | 22–26 's nachts 20–24 |
75–85 % | 0,4–0,8 |
| Stek / zaailing | 22–26 's nachts 19–23 |
70–80 % | 0,4–0,8 |
| Vegetatieve groei | 22–27 's nachts 18–22 |
55–70 % | 0,8–1,2 |
| Begin bloei | 20–26 's nachts 17–21 |
48–58 % | 1,0–1,4 |
| Midden bloei | 20–26 's nachts 16–20 |
42–52 % | 1,2–1,6 |
| Late bloei | 19–25 's nachts 15–19 |
35–48 % | 1,2–1,6 |
| Doorspoelen | 18–24 's nachts 15–19 |
35–45 % | 1,2–1,6 |
Richtwaarden, geen vaste regels — wat je plant je laat zien, telt.
Deze rekenmachines geven je richtwaarden om zelf mee te werken. Ze vervangen geen meting ter plaatse en geen deskundig advies — alle gegevens zonder garantie.
Bijna elke gids op internet geeft je twee tabellen: één voor de temperatuur en één voor de luchtvochtigheid. Los van elkaar lijken ze allebei verstandig — samen beschrijven ze vaak een klimaat dat geen van beide bedoelde.
Een voorbeeld dat letterlijk in veel gidsen staat: een zaailing bij 24 °C en 70 % luchtvochtigheid. Allebei de getallen gelden als correct. Haal ze door de formule en er komt een VPD van 0,90 kPa uit — ruim boven de 0,4–0,8 die diezelfde bronnen voor stekken aanraden. Het advies spreekt zichzelf tegen en niemand merkt het, omdat de twee getallen nooit samen worden doorgerekend.
De reden is natuurkundig: hoeveel water lucht kan vasthouden groeit exponentieel met de temperatuur. Warme lucht houdt veel meer vast dan koude. Diezelfde 60 % luchtvochtigheid betekent een VPD van 0,94 kPa bij 20 °C en van 1,51 kPa bij 28 °C — voor de plant twee totaal verschillende omgevingen, terwijl de hygrometer in beide gevallen gewoon 60 % aanwijst.
Daaruit volgt de juiste werkwijze: je kunt twee van de drie waarden vastzetten, de derde komt er vanzelf uit. In de praktijk zet je temperatuur en luchtvochtigheid vast en kijk je waar het VPD uitkomt — daar is de rekenmachine hierboven voor. Klopt het resultaat niet, verander dan de waarde die je het makkelijkst kunt sturen, en dat is bijna altijd de luchtvochtigheid.
Daarom zet de tabel hierboven de drie waarden op één regel. Het is geen verlanglijstje, maar een samenhangend geheel — elke regel is doorgerekend, niet bij elkaar gezocht.
VPD is de Engelse afkorting van vapour pressure deficit, in het Nederlands dampdrukdeficit of dampdruktekort. Het beschrijft hoeveel waterdamp de lucht nog zou kunnen opnemen — anders gezegd: hoe hard de lucht aan je plant trekt. Het wordt uitgedrukt in kilopascal (kPa).
Temperatuur en luchtvochtigheid zeggen los van elkaar weinig, want ze werken samen: 25 °C bij 60 % lijkt voor de plant in niets op 20 °C bij 60 %. VPD brengt de twee samen in één getal, en daarom sturen veel kwekers hun kweekruimte daarop in plaats van alleen op de luchtvochtigheid te kijken.
Het blad is meestal iets kouder dan de lucht eromheen, omdat verdampend water warmte afvoert — hetzelfde effect als zweet. Strikt genomen gaat het de plant om de dampdruk aan het bladoppervlak, niet om die van de ruimte.
Toch staat het bladverschil op 0, en dat is bewust: de bereiken die iedereen noemt — ook die in de tabel hierboven — zijn lucht-VPD-waarden. Trek je daar ook nog een vast verschil van 2 °C vanaf, dan kom je bijna een hele zone lager uit en houd je je kweekruimte te vochtig.
Meet je de bladtemperatuur echt met een infraroodthermometer, vul het verschil hierboven dan in. Elke graad Celsius haalt tussen 0,15 en 0,20 kPa van het resultaat af. Zonder meting is 0 de eerlijkste aanname: het verschil verandert met de belichting, de luchtbeweging en het gieten, en het is niet hetzelfde onder led als onder natrium, waar het blad zelfs warmer dan de lucht kan zijn.
Het doel schuift op naarmate de plant groeit. Jonge planten met weinig wortels verdragen weinig trekkracht en hebben een laag VPD nodig. Later mag en moet het omhoog, zodat de plant water en voeding vlot verplaatst.
Een VPD dat te laag blijft betekent vochtige, stilstaande lucht — de plant verdampt nauwelijks en in de bloei loopt het risico op schimmel en botrytis op. Een VPD dat te hoog is droogt haar sneller uit dan de wortels kunnen aanvullen: de huidmondjes gaan dicht, de CO₂-opname zakt in en de groei staat stil.
Naar boven toe eindigt het ideale bereik bij 1,6 kPa. Alles daarboven is geen fase meer, maar een gevarenzone — een veelgemaakte fout is om in de late bloei bewust naar 1,8 of 2,0 te duwen. De getallen in de tabel zijn richtpunten, geen harde grenzen; het bereik over de dag stabiel houden telt zwaarder dan één exacte waarde raken.
Een te hoog VPD betekent dat de lucht meer water van de plant afneemt dan de wortels aanvoeren. Er zijn twee knoppen, en de snelste is bijna altijd de luchtvochtigheid.
Verhoog de luchtvochtigheid — een luchtbevochtiger in de kweekruimte is de meest directe weg. Natte handdoeken of een open bak water voor de circulatieventilator kosten minder; in een kleine kweekruimte zijn ze vaak al goed voor tien tot vijftien procentpunt. Planten dichter bij elkaar zetten benut hun eigen verdamping: een dicht bladerdek houdt vocht veel beter vast dan één plant op een groot oppervlak.
Zet de afzuiging lager — draait de afzuiging te hard, dan voert die de vochtige lucht sneller af dan de planten hem maken. Een toerenregelaar, of een klimaatregelaar die op luchtvochtigheid inschakelt, lost dat blijvend op. Zet hem niet helemaal uit, anders hoopt de warmte zich op en staat de luchtverversing stil.
Verlaag de temperatuur — elke graad minder verlaagt het VPD merkbaar, omdat koude lucht minder water vasthoudt. Bij led kun je dimmen of de lamp hoger hangen, maar dat kost licht en is dus tweede keus — hoeveel dagsom je daarbij verliest, rekent de PPFD-naar-DLI-rekenmachine uit. In de bloei is de volgorde: eerst bevochtigen, dan pas aan de temperatuur komen.
Een te laag VPD is het gevaarlijkste geval. De plant verdampt nauwelijks en verplaatst daardoor weinig voeding — en in dichte toppen loopt het risico op schimmel en botrytis op. Hier loont het om snel in te grijpen.
Ontvochtig en zuig af — een luchtontvochtiger is het meest betrouwbare antwoord, zeker in de late bloei, wanneer de planten zelf veel water afgeven. Zet tegelijk de afzuiging hoger: de vochtige lucht moet eruit en droge lucht erin. De luchtvochtigheid schiet meestal 's nachts omhoog, wanneer de ruimte afkoelt — heel veel problemen beginnen precies daar.
Breng de lucht in beweging — stilstaande lucht vlak bij het blad vormt een vochtige grenslaag en laat de plant in haar eigen damp staan. Een paar circulatieventilatoren die het bladerdek zachtjes laten bewegen lossen dat op zonder aan het klimaat te komen. Richt ze niet op de planten, maar boven en onder de toppen langs.
Verhoog de temperatuur — warmere lucht neemt meer water op, dus het VPD stijgt zonder ontvochtiger. Dat werkt alleen zolang je onder de bovengrens van de plant blijft. En ontbladeren helpt, want minder blad geeft minder water af en de lucht komt beter tussen de planten door.
Eerst bereken je de verzadigde dampdruk bij de bladtemperatuur (formule van Magnus: 0,6108 × e^(17,27 × T / (T + 237,3)), met T in °C). Daar trek je de werkelijke dampdruk van de lucht van af — de verzadigde dampdruk bij de luchttemperatuur, vermenigvuldigd met de relatieve luchtvochtigheid. Wat overblijft is het VPD in kPa.
Ja, het gaat om dezelfde grootheid. VPD is de Engelse afkorting van vapour pressure deficit; dampdrukdeficit en dampdruktekort zijn de twee Nederlandse vertalingen daarvan. In kweekartikelen kom je meestal „dampdrukdeficit" tegen, in de kas- en klimaattechniek vaker „dampdruktekort". Ze betekenen precies hetzelfde en worden op dezelfde manier gemeten, in kilopascal (kPa).
Sommige Nederlandse kweekgidsen geven VPD in hectopascal (hPa) in plaats van kilopascal. Omrekenen is eenvoudig: 1 kPa = 10 hPa. Ons bereik van 0,4–1,6 kPa is dus 4–16 hPa. Kom je een advies van „7 tot 10 hectopascal" tegen voor de groeifase, dan is dat 0,7–1,0 kPa. De rekenmachine hierboven rekent in kPa, net als de CRIS-app en de meeste meetapparatuur.
Tijdens de stretch, de eerste weken van de bloei, ligt het doel rond 1,0–1,4 kPa, daarna rond 1,2–1,6 kPa. De reden voor die hogere waarden dan in de groei is niet de ontwikkeling van de plant, maar bescherming tegen schimmel: in de bloei moet de luchtvochtigheid onder ongeveer 55 % blijven, en daar volgt het VPD uit. Boven 1,6 kPa begint de gevarenzone — het veelgehoorde advies om aan het eind naar 1,8 of 2,0 te duwen houdt geen stand en zet de plant in droogtestress.
De tabel hierboven geeft de drie waarden samen voor elk van de zeven fasen: temperatuur met de lampen aan en 's nachts, luchtvochtigheid en het VPD dat daaruit volgt. Grofweg: van 24 °C bij 80 % tijdens de kieming tot 21 °C bij 40 % bij het doorspoelen. Neem de waarden van één regel als geheel — ze zijn op elkaar afgestemd.
Nee, niet onafhankelijk. Van de drie waarden — temperatuur, luchtvochtigheid en VPD — kun je er twee vastzetten, en de derde komt er vanzelf uit. Diezelfde 60 % luchtvochtigheid betekent een VPD van 0,94 kPa bij 20 °C en van 1,51 kPa bij 28 °C. Daarom leveren twee losse tabellen, één voor temperatuur en één voor luchtvochtigheid, vaak een klimaat op dat geen van beide bedoelde.
Een luchtontvochtiger is de effectiefste maatregel, gevolgd door hardere afzuiging. Allebei verlagen ze de luchtvochtigheid en verhogen daarmee het VPD. Zet je de afzuiging hoger, let dan op wat dat met de temperatuur doet: koudere lucht draagt minder water, waardoor het VPD weer zakt. In de bloei moet de luchtvochtigheid onder ongeveer 55 % blijven, in de late bloei onder de 50 — daarboven wordt toprot (botrytis) een reëel risico.
Het geeft aan hoeveel graden het blad kouder is dan de lucht eromheen. De rekenmachine gaat uit van 0, omdat de gebruikelijke bereiken — ook die in de tabel — over lucht-VPD gaan. Meet je de bladtemperatuur met een infraroodthermometer, vul het verschil dan in: elke graad Celsius haalt tussen 0,15 en 0,20 kPa van het resultaat af.
Onder ongeveer 0,4 kPa is de lucht erg vochtig en verdampt de plant nauwelijks — in de bloei een schimmelrisico. Boven ongeveer 1,6 kPa verliest ze meer water dan de wortels aanvullen; de huidmondjes gaan dicht, de CO₂-opname zakt en de groei vertraagt. Vanaf 2,0 kPa stopt de verdamping vrijwel helemaal. Daartussen bepaalt de kweekfase wat goed is.
Ja. Deze rekenmachine gebruikt exact dezelfde formule als de VPD-rekenmachine in de CRIS-app, inclusief het bladverschil en de zonegrenzen. In de app kun je de waarden bovendien bij elke dagboekregel opslaan en volgen hoe ze zich over de hele kweek ontwikkelen.