Hoeveel water je reservoir tekortkomt, met welke EC je bijvult en hoe je een opgelopen EC weer omlaag brengt. Gratis en zonder registratie.
Vooruitblik betekent: je weet waarmee je bijvult en wilt zien waar de EC daarna uitkomt. Wat is nodig? draait het om — je geeft je doel-EC op en krijgt te horen welke EC het bijvulwater moet hebben. De hoeveelheid ligt dan al vast: dat is de inhoud van je reservoir min het huidige niveau. In DWC vul je normaal gesproken bij met schoon, op pH gezet water zonder voeding (EC 0,0 bij osmosewater, anders de EC van je kraanwater), omdat de EC in het reservoir vanzelf oploopt. Is hij juist te ver gezakt, dan moet het bijvulwater boven je doel liggen — en precies dat rekent de tweede richting uit.
Er zijn twee wegen, en de rekenmachine geeft ze allebei: toevoegen of vervangen. Toevoegen kan alleen zolang er ruimte in het reservoir is.
Werk met de hoeveelheid die werkelijk in het reservoir zit, niet met de inhoud ervan. Een tank van 100 liter die halfvol staat, bevat 50 liter — en met dat getal klopt de rekensom.
| Fase | EC (mS/cm) |
|---|---|
| Kieming | 0,4–0,6 |
| Zaailing | 0,6–1,0 |
| Groei | 1,2–1,6 |
| Begin bloei | 1,4–1,8 |
| Midden bloei | 1,6–2,0 |
| Late bloei | 1,2–1,6 |
| Doorspoelen | minder dan 0,4 |
| pH | 5,5–6,2 ideaal 5,8–6,0 |
Richtwaarden, geen vaste regels — wat je plant je laat zien, telt.
Dit is het meest onderschatte gegeven bij DWC. Warm water houdt minder zuurstof vast, en juist zuurstof is waar dit systeem op draait.
| Temperatuur | Wat het betekent |
|---|---|
| 18–20 °C | Ideaal. Maximale opgeloste zuurstof, de wortels blijven wit en stevig. |
| 20–22 °C | Nog acceptabel. De zuurstof loopt terug, houd de wortels in de gaten. |
| vanaf 23 °C | Kritiek. Weinig zuurstof en wortelrot waarschijnlijk — koel het reservoir. |
Deze rekenmachines geven je richtwaarden om zelf mee te werken. Ze vervangen geen meting ter plaatse en geen deskundig advies — alle gegevens zonder garantie.
Wie voor het eerst met DWC werkt, verwacht dat de EC zakt naarmate de plant voeding opneemt. In de praktijk gebeurt meestal het omgekeerde: de EC loopt op.
De reden is eenvoudig. Een plant neemt water sneller op dan zouten — ze verdampt liters, terwijl de voeding grotendeels achterblijft. Wat overblijft is minder water met evenveel zout erin, en dus een hogere concentratie.
Daarmee is ook duidelijk wat je moet doen: bijvullen met water dat armer is dan wat erin zit. Vul je bij met volle voedingsoplossing, dan stijgt de EC alleen maar verder. Hoe hard, rekent de rekenmachine hierboven voor je uit.
Hoe sterk het effect is, hangt af van de verhouding tussen plant en reservoir. Een kleine tank met een grote plant erin kan in de bloei op een warme dag een paar procent EC-stijging laten zien. Daarom horen niveau en EC bij DWC bij de dagelijkse controles en niet bij de wekelijkse.
Bijvullen is de dagelijkse handeling en werkt zolang er ruimte in het reservoir is. Meestal vul je aan met schoon water of met een sterk verdunde oplossing — precies genoeg om het niveau terug te brengen zonder de EC verder op te jagen.
Verversen is nodig als het reservoir vol staat en de EC toch te hoog is, of als de verhouding tussen de voedingselementen scheefgegroeid is. Dat laatste zie je niet aan de EC-meter: die telt alle zouten bij elkaar op en merkt niet dat er veel natrium en weinig stikstof in zit.
Als vuistregel ververs je de hele oplossing elke een tot twee weken, en in de late bloei vaker — dan neemt de plant het meeste op en verschuift de samenstelling het snelst.
In DWC beweegt de pH voortdurend, en meestal omhoog. Dat is geen storing maar het gevolg van de opname: neemt de plant nitraat op, dan geeft ze daarvoor iets af dat de oplossing basischer maakt.
Vandaar dat in hydro dagelijks gemeten wordt en niet wekelijks. Een reservoir zonder buffer kan in vierentwintig uur een halve pH-eenheid opschuiven — genoeg om de opname van ijzer en fosfor te blokkeren.
Stel bij in kleine stappen, en pas nadat de voeding erin zit. De doelwaarde ligt rond 5,8 tot 6,0. Meer over de samenhang van pH en EC staat bij de pH- en EC-rekenmachine.
Een getal uit een voedingsschema is pas bruikbaar als erbij staat of de EC van je eigen water is meegeteld. Begint je kraanwater op 0,5 en zegt het schema „EC 1,6", dan is het verschil tussen beide lezingen een derde van je voeding.
Ga daarom altijd uit van de gemeten EC in het reservoir, niet van wat je erin hebt gegoten. Dat is het enige getal dat de plant werkelijk ziet.
Werk je met regenwater of osmosewater, dan begin je vrijwel bij nul en heb je je hele bereik voor voeding — maar dan moet er wel Cal-Mag bij, want die elementen ontbreken.
Een veelgemaakte fout bij de overstap: dezelfde EC aanhouden als in aarde. In DWC staan de wortels permanent in de oplossing en kunnen ze onbeperkt opnemen — er zit niets tussen dat de opname vertraagt.
Daarom liggen de doelwaarden hier lager dan bij aarde of cocos, en zijn de gevolgen van te veel voeding directer zichtbaar: verbrande bladpunten binnen dagen in plaats van weken.
Bouw op vanaf de onderkant van de tabel en kijk hoe de plant reageert. In DWC groeit ze sneller dan je gewend bent — en dat verleidt tot bijvoeden dat ze niet nodig heeft.
Omdat de plant water sneller opneemt dan voeding. Ze verdampt liters terwijl de zouten grotendeels achterblijven — minder water met evenveel zout betekent een hogere concentratie. Vul daarom bij met water dat armer is dan wat er in het reservoir zit; de rekenmachine hierboven zegt met welke EC en hoeveel.
Ja. De rekensom is een menging van twee hoeveelheden water met een bekende EC, en die geldt voor elk systeem met een reservoir — DWC, bubbleponics, RDWC, eb en vloed, Autopot of een druppelsysteem. Alleen de doelwaarden per fase zijn op hydrokweken afgestemd; werk je in aarde of cocos, gebruik dan de pH- en EC-rekenmachine.
Dat hangt af van je gemeten EC. Ligt die boven je doel, vul dan bij met schoon water — dat verlaagt de concentratie én vult het niveau aan. Ligt de EC op of onder je doel, dan mag er een verdunde oplossing bij. Vul nooit bij met voeding op volle sterkte: dan loopt de EC alleen maar verder op.
Als vuistregel elke een tot twee weken, en in de late bloei vaker. De reden is niet de EC maar de samenstelling: de plant neemt de elementen ongelijk op, waardoor de verhouding scheefgroeit. Dat ziet je EC-meter niet — die telt alle zouten bij elkaar op.
Door de opname van nitraat geeft de plant stoffen af die de oplossing basischer maken, en een reservoir zonder buffer volgt dat direct. Een halve pH-eenheid in vierentwintig uur is niet ongewoon. Meet daarom dagelijks en stel in kleine stappen bij; grote correcties schieten door.
Rond 5,8 tot 6,0, met een werkbare bandbreedte van 5,5 tot 6,2. Lager dan 5,5 komt de opname van calcium en magnesium in de knel, hoger dan 6,2 die van ijzer en fosfor. Stel altijd bij nadat de voeding erin zit — die verschuift de pH ook.
Tussen 18 en 20 °C is ideaal. Warm water houdt minder zuurstof vast, en juist daar draait DWC op: boven 22 °C loopt de opgeloste zuurstof merkbaar terug en wordt wortelrot waarschijnlijk. Boven 23 °C is ingrijpen nodig — het reservoir isoleren, uit het licht zetten of koelen.
Dan kun je niet meer verdunnen en moet je vervangen. De rekenmachine hierboven zegt hoeveel liter je moet aftappen en door schoon water vervangen om op je doel-EC te komen. Haal het water er onderuit weg en vul rustig aan, zodat de wortels niet droog komen te staan.
Ja. De doelwaarden in de tabel gelden voor de gemeten EC in het reservoir, dus inclusief wat je kraanwater zelf al meebrengt. Begint je water op 0,5 mS/cm, dan is dat een derde van een doel van 1,5 — en houd je minder over voor voeding dan het schema suggereert.
Ja, met dezelfde mengformule en dezelfde doelwaarden per fase. In de app komen EC, pH en de reservoirtemperatuur samen op één regel per datum, zodat je ziet hoe ze zich over de kweek ontwikkelen — volledig offline.
In de CRIS-app komen EC, pH en reservoirtemperatuur samen op één regel per datum — volledig offline en zonder account.