Lichtintensiteit en belichtingsduur vormen samen de dagelijkse lichtsom (DLI) die je plant krijgt. Reken beide kanten op — van PPFD naar DLI, of van je DLI-doel terug naar de PPFD die je nodig hebt.
De belichtingsduur weegt net zo zwaar als de intensiteit, en daarom staat die hier als invoerveld en niet als aanname. Dezelfde lamp levert bij 18 uur de helft meer dagtotaal dan bij 12 uur.
| Fase | DLI (mol/m²/dag) | komt neer op PPFD (µmol/m²/s) |
|---|---|---|
| Stekken / zaailingen | 10–20 | 154–309 bij 18 uur |
| Groei | 20–40 | 309–617 bij 18 uur |
| Bloei | 30–45 | 694–1.042 bij 12 uur |
Deze rekenmachines geven je richtwaarden om zelf mee te werken. Ze vervangen geen meting ter plaatse en geen deskundig advies — alle gegevens zonder garantie.
DLI staat voor daily light integral, in het Nederlands de dagelijkse lichtsom. Het is de totale hoeveelheid bruikbare lichtdeeltjes die een plant over een hele dag ontvangt, uitgedrukt in mol per vierkante meter per dag.
PPFD is een momentopname — hoeveel licht er nu binnenkomt. DLI is het dagtotaal. Dat onderscheid is belangrijk, want een plant reageert niet op de piek van één seconde, maar op wat er over de dag bij elkaar komt. Een felle lamp die kort brandt kan dezelfde lichtsom geven als een zwakkere die lang aanstaat.
De rekensom is eenvoudig: DLI = PPFD × uren × 3600 ÷ 1.000.000. De 3600 zet seconden om naar uren, de miljoen zet micromol om naar mol. Samengevat blijft er een vuistregel over die je uit het hoofd kunt doen: DLI = PPFD × uren × 0,0036.
Een voorbeeld: 600 µmol/m²/s bij 18 uur licht geeft 600 × 18 × 0,0036 = 38,88 mol/m²/dag. En andersom: wil je 40 mol halen bij 18 uur, dan heb je 40 × 1.000.000 ÷ (18 × 3600) ≈ 617 µmol/m²/s nodig. Precies dat rekent de omgekeerde stand hierboven uit.
Stekken en zaailingen komen toe met 10 tot 20 mol/m²/dag — hun wortelstelsel kan meer nog niet omzetten. In de groei ligt het bereik op 20 tot 40 mol bij 18 uur licht, en in de bloei op 30 tot 45 mol bij 12 uur.
Dat de bloei een hogere lichtsom in minder uren moet halen, is precies wat de tabel hierboven laat zien: dezelfde DLI in 12 uur in plaats van 18 vraagt een anderhalf keer zo hoge intensiteit. Daarom staat bij elke richtwaarde het aantal uren erbij — een DLI-getal zonder belichtingsduur is niet na te rekenen.
Boven de 45 mol loont het alleen nog met toegevoegde CO₂. Zonder verrijking gaat het licht dat je erbij zet niet meer de plant in; het staat alleen op je energierekening.
Wie een paar bronnen naast elkaar legt, vindt voor dezelfde fase getallen die ver uiteenlopen. Dat komt bijna altijd door twee dingen die niet worden vermeld.
Ten eerste de belichtingsduur. Veel tabellen noemen een DLI zonder erbij te zetten bij hoeveel uur die hoort. Maar 30 mol bij 12 uur en 30 mol bij 18 uur vragen een totaal andere lamp. Daarom staat bij ons in elke rij het aantal uren.
Ten tweede CO₂. De hoge waarden die je soms tegenkomt — 50 mol en meer — komen uit kweekruimtes met CO₂-verrijking. Zonder die verrijking noemt geen betrouwbare bron meer dan ongeveer 50, en boven de 55 wordt het schadelijk in plaats van nuttig. Wordt dat detail weggelaten, dan lijkt zo'n getal een algemeen advies terwijl het dat niet is.
In de groei is 18 uur gangbaar; sommige kwekers gaan naar 20 of zelfs 24. Veel verder dan 18 levert het weinig meer op, terwijl de stroomkosten wel lineair doorlopen — wat je daaraan kwijt bent, reken je uit met de stroomkosten-rekenmachine.
In de bloei bepaalt de 12/12-verhouding de dag, en dat is geen vrije keuze: de donkerperiode stuurt de bloei aan. Wil je daar meer lichtsom, dan moet die uit de intensiteit komen, niet uit meer uren. Wordt er wel eens met 13 uur gewerkt, dan levert dat rekenkundig ongeveer acht procent meer dagtotaal op — of de plant dat ook in bloei omzet, is een andere vraag dan of de rekensom klopt.
Voor automaten geldt dit niet. Zij bloeien op tijd en niet op licht, en draaien meestal de hele kweek door op 18 of 20 uur. Daardoor halen ze een hoge dagsom met betrekkelijk rustige PPFD-waarden — zet de rekenmachine hierboven maar eens op 20 uur, dan zie je het verschil meteen. Ook verkorte schema's als 11/13 of 10/14, die sommigen in de late bloei draaien, verschuiven de dagsom merkbaar: van 12 naar 11 uur kost bij dezelfde lamp ruim acht procent DLI. Wie daarmee experimenteert, kan het beter narekenen dan schatten.
Meer licht werkt maar tot een punt. Zonder CO₂-verrijking ligt de bovengrens rond 45 tot 50 mol/m²/dag; daarboven kan de plant de fotonen niet meer verwerken en gaat het overschot verloren als warmte en stress.
De zichtbare tekenen zijn lichtbleking op de bovenste toppen — verbleekte, bijna witte plekken — en bladeren die zich naar boven vouwen. Ga je daar te lang mee door, dan kost het je oogst in plaats van dat het er een oplevert. Zakt de opbrengst niet meer mee met het licht dat je erbij zet, dan zit de beperking ergens anders: bij CO₂, bij voeding of bij de temperatuur.
Naar beneden toe is de grens zachter, maar net zo reëel: onder ongeveer 10 mol/m²/dag gaat de plant naar het licht toe strekken. Ze maakt lange internodiën en dunne stengels — en dat valt later niet meer te herstellen. Te weinig licht is daarmee de duurdere fout van de twee.
Meet de PPFD op tophoogte en op meerdere plekken — midden onder de lamp en op de hoeken. Neem het gemiddelde en niet de piek: de plant op de hoek van je kweekruimte groeit met wat daar aankomt, niet met wat het midden krijgt. Heb je alleen een luxmeter, reken de meting dan eerst om met de lux-naar-PPFD-rekenmachine.
Interessant wordt DLI pas over de hele kweek. De lamp gaat hoger of lager, de planten groeien naar het licht toe, en tegen het eind hangt het bladerdek dichter — dezelfde lamp geeft in week 8 een andere PPFD dan in week 2. Wie de waarde bij elke dagboekregel opslaat, ziet dat verloop en kan het naast opbrengst en klimaat leggen.
Met de formule DLI = PPFD × uren × 3600 ÷ 1.000.000, korter: PPFD × uren × 0,0036. Voorbeeld: 600 µmol/m²/s bij 18 uur licht geeft 38,88 mol/m²/dag. De 3600 zet seconden om naar uren, de miljoen micromol naar mol.
Andersom deel je: PPFD = DLI × 1.000.000 ÷ (uren × 3600). Wil je 40 mol/m²/dag halen bij 18 uur licht, dan heb je ongeveer 617 µmol/m²/s nodig. Zet de rekenmachine hierboven op die richting, dan hoef je het niet zelf uit te rekenen.
Ja. DLI is de Engelse afkorting van daily light integral; dagelijkse lichtsom is de Nederlandse benaming daarvan. Je komt beide vormen tegen, soms in hetzelfde artikel. Ze staan voor dezelfde grootheid en worden op dezelfde manier gemeten, in mol per vierkante meter per dag.
Dat is het aantal seconden in een volle dag van 24 uur (24 × 3600). Sommige bronnen rekenen daarmee en delen de uitkomst achteraf naar de werkelijke belichtingsduur. Dat mag, maar het gaat vaak mis: wie die tweede stap overslaat, komt bij 12/12 op het dubbele uit. Reken liever meteen met je eigen aantal uren — dan kan het niet misgaan.
Stekken en zaailingen 10–20 mol/m²/dag, groei 20–40 mol bij 18 uur licht, bloei 30–45 mol bij 12 uur. Boven ongeveer 45 mol loont het alleen met toegevoegde CO₂. Let erop dat je bij elke waarde de belichtingsduur meeneemt — zonder die is een DLI-getal niet na te rekenen.
Niet met meer uren — de donkerperiode stuurt de bloei aan, dus 12/12 ligt vast. Wat overblijft is de intensiteit: de lamp lager hangen, harder zetten of bijplaatsen. Houd daarbij het plafond in de gaten; zonder CO₂ heeft meer dan ongeveer 45 mol/m²/dag geen zin meer.
Meestal omdat twee dingen worden weggelaten. Zonder de belichtingsduur is een DLI-waarde niet te plaatsen — 30 mol in 12 uur vraagt een heel andere lamp dan 30 mol in 18 uur. En de hoge waarden boven de 50 komen uit kweekruimtes met CO₂-verrijking; zonder die verrijking gelden ze niet.
PPFD is de momentwaarde: hoeveel licht er op dit moment op een vierkante meter valt, in µmol/m²/s. DLI telt dat op over de hele belichtingsduur en geeft het dagtotaal in mol/m²/dag. Voor de plant telt het dagtotaal; de momentwaarde zegt pas iets zodra je weet hoe lang de lamp brandt.
Ja. Deze rekenmachine gebruikt exact dezelfde formule als de DLI-rekenmachine in de CRIS-app, in beide richtingen. In de app kun je de waarde bovendien bij elke dagboekregel opslaan en zien hoe de lichtsom zich over de hele kweek ontwikkelt.