Welke EC in welke week, welke pH in welk substraat — en hoeveel osmosewater je nodig hebt om je kraanwater omlaag te brengen. Gratis en zonder registratie.
Osmosewater is het zoutarme water waarmee je je kraanwater versnijdt. Heb je het niet, vul dan de EC van je regenwater of gedemineraliseerd water in — de rekensom blijft dezelfde.
De rekenmachine geeft je een startdosis voor je gietwater. Voeg altijd de helft toe, roer, wacht een minuut en meet opnieuw — zuren werken sterker dan je denkt.
Je hardheidsgraad vind je bij je waterleidingbedrijf — die publiceert de waarde per postcodegebied, meestal in °dH. Weet je hem niet, kies dan „gemiddeld"; dat klopt voor het grootste deel van Nederland.
| Fase | EC (mS/cm) |
|---|---|
| Kieming | 0,2–0,4 |
| Zaailing | 0,4–0,8 |
| Groei | 0,8–1,4 |
| Begin bloei | 1,4–1,6 |
| Midden bloei | 1,6–1,8 |
| Late bloei | 1,2–1,6 |
| Doorspoelen | minder dan 0,4 |
| pH | 6,0–7,0 ideaal 6,3–6,8 |
| Fase | EC (mS/cm) |
|---|---|
| Kieming | 0,4–0,6 |
| Zaailing | 0,6–1,0 |
| Groei | 1,2–1,6 |
| Begin bloei | 1,4–1,8 |
| Midden bloei | 1,8–2,2 |
| Late bloei | 1,4–1,8 |
| Doorspoelen | minder dan 0,4 |
| pH | 5,5–6,5 ideaal 5,8–6,2 |
| Fase | EC (mS/cm) |
|---|---|
| Kieming | 0,4–0,6 |
| Zaailing | 0,6–1,0 |
| Groei | 1,2–1,6 |
| Begin bloei | 1,4–1,8 |
| Midden bloei | 1,6–2,0 |
| Late bloei | 1,2–1,6 |
| Doorspoelen | minder dan 0,4 |
| pH | 5,5–6,2 ideaal 5,8–6,0 |
Richtwaarden, geen vaste regels — wat je plant je laat zien, telt.
Deze rekenmachines geven je richtwaarden om zelf mee te werken. Ze vervangen geen meting ter plaatse en geen deskundig advies — alle gegevens zonder garantie.
EC zegt hoeveel voeding er in het water zit — het meet het geleidingsvermogen, en dat loopt op met de hoeveelheid opgeloste zouten. pH zegt of de plant er ook bij kan.
Dat tweede wordt vaak onderschat. Bij de verkeerde pH zit de voeding wel in het water, maar sluit de opname zich af: ijzer, mangaan en fosfor worden bij een te hoge pH onbereikbaar, en de plant vertoont een gebrek terwijl de fles gewoon vol is. Bijvoeden maakt het dan erger, niet beter.
Daarom horen de twee getallen bij elkaar. Een perfecte EC bij een pH van 7,5 levert een hongerige plant op — en een perfecte pH bij een EC van 0,4 ook.
Aarde buffert. Er zit van alles in dat schommelingen opvangt, dus de pH mag er hoger liggen — 6,3 tot 6,8 is het doel — en de bandbreedte is ruimer. Bemeste potgrond bevat bovendien al voeding, wat de EC in de eerste weken laag houdt.
Cocos buffert nauwelijks en gedraagt zich als hydro met een vulling: de pH hoort rond 5,8 tot 6,2 te liggen. Cocos bindt daarnaast calcium en magnesium, waardoor Cal-Mag hier vanaf het begin meedoet en niet pas bij problemen.
Hydro buffert helemaal niet. De pH hoort rond 5,8 tot 6,0 en beweegt vanzelf omhoog terwijl de plant voeding opneemt. Daarom wordt daar dagelijks gemeten en niet wekelijks — meer daarover bij de DWC-rekenmachine.
Kraanwater heeft zelf al een EC — in Nederland vaak tussen 0,3 en 0,7 mS/cm, afhankelijk van de hardheid. Die waarde telt mee in je totaal: begin je bij 0,6 en wil je naar 1,2, dan heb je nog maar 0,6 aan voeding te verdelen.
Zit je kraanwater al boven je doel, dan helpt geen enkele voedingsschema meer — dan moet er water bij dat armer is aan zouten. De rekenmachine hierboven rekent uit hoeveel osmosewater je nodig hebt om op je doel-EC uit te komen, en andersom welke EC er uit een bepaalde menging komt.
De rekensom is lineair en dat mag hier ook: twee waterhoeveelheden met een bekende EC mengen tot een gemiddelde is natuurkundig gewoon juist. ⚠ Bij pH gaat diezelfde redenering mis — zie de volgende paragraaf.
De verleiding is groot: als EC zich laat middelen, waarom pH dan niet? Omdat pH een logaritmische schaal is en water gebufferd is. Meng je water van pH 7,5 met osmosewater van pH 6,5, dan komt er geen 7,0 uit — de carbonaathardheid van je kraanwater houdt de waarde vast, en je eindigt veel dichter bij de 7,5.
Daarom staat hier geen pH-mengrekenmachine, hoewel die technisch eenvoudig te bouwen zou zijn. Hij zou getallen geven die er in de praktijk tot een factor drie naast zitten, en dat in een bereik waarin 0,3 al het verschil maakt tussen opname en blokkade.
Wat er wel staat, is een startdosis zuur — en ook die is uitdrukkelijk een startpunt. Voeg de helft toe, roer, wacht een minuut en meet opnieuw.
Eerst de voeding, dan pas de pH. Voeding verandert de pH van je gietwater vrijwel altijd, meestal omlaag. Wie eerst bijstelt en daarna voedt, kan opnieuw beginnen.
Voeg de onderdelen één voor één toe en roer tussendoor. Vooral Cal-Mag en fosfaathoudende voeding kunnen samen neerslaan als ze geconcentreerd bij elkaar komen — dat wat je dan op de bodem ziet, komt niet meer in de plant terecht.
Meet aan het eind nog eens, en meet ook wat er onderuit de pot komt. Het verschil tussen wat erin gaat en wat eruit loopt, vertelt meer over je substraat dan welke tabel ook.
Kalibreer je meter. Een pH-meter die een half jaar niet gekalibreerd is, geeft je met veel vertrouwen een verkeerd getal — en je stuurt je hele kweek daarop. Kalibreervloeistof kost weinig, één keer per maand is genoeg.
Let op de temperatuur. EC hangt sterk aan de watertemperatuur; goedkope meters compenseren daar niet voor. Meet bij kamertemperatuur en niet met water dat net uit de koude kraan komt.
Bewaar het bewaren waard. Eén meting zegt weinig, een reeks zegt alles: pas over weken wordt zichtbaar dat je EC elke keer iets oploopt of je pH structureel wegdrijft. Daarvoor moeten de waarden wel ergens naast elkaar staan.
In aarde 6,3 tot 6,8, in cocos 5,8 tot 6,2 en in hydro 5,8 tot 6,0. Aarde buffert en mag daarom hoger zitten; cocos en hydro bufferen nauwelijks en vragen strakkere sturing. Buiten die bereiken sluit de opname van ijzer, mangaan en fosfor zich af — de plant toont dan een gebrek terwijl de voeding gewoon in het water zit.
Grofweg: kieming 0,2–0,6, zaailing 0,4–1,0, groei 0,8–1,6, bloei 1,4–2,2 en doorspoelen onder 0,4 mS/cm. De precieze waarden verschillen per substraat — daarvoor is de schakelaar boven de tabel. Let op: deze waarden gelden voor de kant-en-klare voedingsoplossing, dus inclusief de EC die je kraanwater zelf al meebrengt.
Ja, volledig. Nederlands kraanwater zit vaak tussen 0,3 en 0,7 mS/cm, afhankelijk van de hardheid. Begin je bij 0,6 en is je doel 1,2, dan blijft er maar 0,6 over voor voeding. Meet je kraanwater één keer en noteer het — die waarde verandert nauwelijks.
Dat rekent de rekenmachine hierboven uit. Vul de EC van je kraanwater, je doel-EC en de hoeveelheid in, en je ziet hoeveel osmosewater erbij moet. Let op: verdunnen kan de EC alleen verlagen — zit je kraanwater al onder je doel, dan moet er voeding bij en geen water.
Bij je waterleidingbedrijf. Die publiceert de waterkwaliteit per postcodegebied, inclusief de hardheid in °dH — in Nederland wordt de Duitse hardheid gebruikt, dezelfde eenheid als in de tabel hierboven, dus omrekenen hoeft niet. Weet je de waarde niet, kies dan „gemiddeld" (8,4–14 °dH); dat klopt voor het grootste deel van het land.
Ja, en het heeft een groot voordeel: regenwater is vrijwel zoutvrij, dus je begint bij een EC van bijna nul en houdt je volle bereik over voor voeding. Het nadeel is dezelfde eigenschap — er zit nauwelijks calcium en magnesium in. Voeg daarom Cal-Mag toe, anders loop je binnen enkele weken tegen een gebrek aan. Voor de rekenmachine hierboven gebruik je regenwater precies zoals osmosewater.
Omdat er bijna geen ionen in zitten. Een pH-meter heeft opgeloste zouten nodig om betrouwbaar te meten; in zuiver osmosewater zweeft de waarde en betekent hij weinig. Meet de pH pas nadat je voeding hebt toegevoegd — dan is er weer iets te meten.
Altijd eerst de voeding. Die verandert de pH van je gietwater vrijwel altijd, meestal naar beneden. Stel je eerst de pH bij en voeg je daarna voeding toe, dan kun je opnieuw beginnen. Meet dus: voeding erin, roeren, dan pas pH bijstellen en nogmaals meten.
Het werkt, maar niet lang. Citroenzuur en azijn zijn zwakke organische zuren: bodemleven en bacteriën breken ze binnen een dag of twee af, waarna de pH weer terugklimt naar waar hij was. Je meet dus een keurige waarde en hebt er twee dagen later niets meer aan — en wie dan bijdoseert, laat de pH heen en weer schommelen. Voor eenmalig bijstellen kan het; werk je met een reservoir of wil je een stabiele waarde, neem dan een pH-min op basis van fosfor- of salpeterzuur. Die staan ook in de keuzelijst hierboven.
Het is dezelfde meting in een andere eenheid. EC meet het geleidingsvermogen in mS/cm; ppm rekent dat om met een factor die per merk verschilt — 500 (NaCl) of 700 (KCl). Daardoor betekent „ppm 800" op de ene meter iets anders dan op de andere. Werk daarom met EC; dat is eenduidig.
Ja. De EC-mengformule en de doelwaarden per fase zijn dezelfde als in de app. Daar staan pH en EC bovendien bij elke dagboekregel, naast klimaat en voeding — zodat zichtbaar wordt of je EC elke keer iets oploopt of je pH langzaam wegdrijft.